Shitzooi

Persoonlijk

S  amen met mijn collega Lies ben ik bij Jay en Dio thuis. Papa heeft herrie in zijn hoofd en doet gekke dingen. Hij heeft even bij de politie geslapen, maar komt zo weer thuis. Totdat papa weer een beetje normaal kan doen, gaan mama, Jay en Dio even uit logeren.

Mama rent van links naar rechts en weet het allemaal eventjes niet meer. “Wat een shitzooi!”, roept ze en uit frustratie veegt ze alle ingepakte tassen vol pyjama’s en speelgoed weer van tafel. Jay rent van schrik naar zijn kamer.

Als Lies met een boekje naast Jay gaat zitten, trekt Dio me aan mijn mouw. “Bumper moet ook nog uit” zegt hij, terwijl hij naar het kleine, zwarte hondje wijst. Ik wissel even een blik met zijn moeder. “oké, maar als hij moet poepen, ruim jij het op hè!”. Deal, zegt mijn kleine vriend. Bumper moet vast alleen een plasje.

Buiten praat Dio honderduit over vriendjes, tekenfilms en frietjes. Over papa, of over waarom de politie zo vaak op visite komt, rept hij niet. Plotseling staat Bumper stil. Hij hangt zijn billen vlak boven het gras en legt een dikke, dampende drol.
Dio kijkt me even aan, haalt zijn schouders op en trekt Bumper dan weer met zich mee. “Hé, dit was niet de afspraak!” roep ik hem nog na, maar hij lacht me uit en zet het op een lopen.

Er zit niks anders op. Langzaam ga ik op mijn hurken zitten en graai met een zakje om mijn hand in de warme, zachte brij. Shitzooi.

 

Deel dit artikel:

Uitgelichte afbeelding

Het contact met jongeren en de gezinnen om hen heen vind ik het mooiste stukje van mijn vak. Die vijf minuten in een gesprek waarin een norse puber – die mij nauwelijks kent en die niet zit te wachten op mij – toch ineens de deur een stukje open zet en me echt toelaat. Goud.
linkedin

Terug naar boven