Samenwerken; wrijving brengt glans

Persoonlijk

Die jongere op de groep die in de jeugdgevangenis een ei naar mijn hoofd gooit wanneer ik daar aan het werk ben als groepsleider; de moeder die tegen mij, in mijn rol als Veilig Thuis medewerker, zegt dat ik er niks van kan weten omdat ik geen kinderen heb. Dat meisje van 4 dat ik in de rol als ambulant hulpverlener voor de eerste keer zie, en bij mij op schoot kruipt en zegt dat ze van mij houdt.

Ervaringen die extra waardevol werden toen ik er met enige afstand naar kon kijken.

Ervaringen en vooral mijn reactie daarop – boordevol informatie.  Informatie over hoe ik zelf in de samenwerking zat, over hoe ik mij verhield tot de ander en/of dat ook paste bij het doel van het contact.

Want wat zegt het over mij als ik een ei naar mijn hoofd krijg? Wat deed ik goed of had ik misschien toch anders moeten doen? Waarom deed de jongere wat hij deed en had hij dat ei laten liggen als ik anders had gehandeld? Of wás het niet eens beter geweest om dit te voorkomen en bood dit gebaar mij juist een opening in mijn contact met de jongen?

De voor mij meest waardevolle samenwerking in dit werk: die met de professional in mij.

Wat ik hiermee bedoel is, dat ik heel oké mag zijn met wat ik doe als jeugdprofessional en de continue toetsing hiervan aan de kaders, codes en normen en bovenal de feedback van de ander.

Reflectie is van zo groot belang om de samenwerking met cliënt en collega goed vorm te blijven geven en mij daarin professioneel op te stellen. Dat dit voor elke jeugdprofessional belangrijk is zal niemand ontkennen. Omdat het daarbij mede over mezelf gaat, is dat naast boeiend ook spannend. Soms is het best verleidelijk om dat gesprek met mijzelf uit de weg te gaan.

Echter, weet ik ook dat deze reflecties de meeste kans bieden op ontwikkeling van mezelf in relatie tot de ander.  En daarom ga ik ze dan – meestal – toch maar aan. Zo leerde ik van de eieren-gooiende jongere dat het vooral met de groepsdynamiek te maken had. Als ik eerder aandacht had geschonken aan de betreffende jongere, had ik het incident waarschijnlijk kunnen voorkomen.
Evenzo bedacht ik mij naar aanleiding van deze situatie dat het goed was om het Handboek over groepsdynamica van Jaap Remmerswaal nog maar eens een keer open te slaan.

Is mijn werkwijze effectief en efficiënt? Kan ik uitleggen wat ik doe en waarom? Langs welke normen en waarden leg ik gedrag en hoe wordt mijn handelen daardoor beïnvloed? Hoe maak ik mijn afwegingen en hoe weet ik of ze juist zijn?  Is mijn handelen echt of gekunsteld? Doe ik wat ik moet doen om de cliënt te dienen of bijvoorbeeld om me succesvol te voelen?
Dat zijn vragen die ik mijzelf dagelijks stel in mijn huidige werk als ambulant hulpverlener.

En ja, dat eerlijk kijken naar mijn eigen handelen schuurt en confronteert. Tegelijkertijd is het mijn verantwoordelijkheid om mijn eigen handelen te blijven bevragen. Dat brengt mij kansen om te groeien als professional, mezelf en situaties bij te sturen en zo de samenwerking met de ander diepere glans te geven. En uiteindelijk is dan dat gesprek met mijzelf aangaan nooit teleurstellend.

Reflectie (mét bijbehorende confrontaties): prima om te doen. Zonder wrijving geen glans.

Uitgelichte afbeelding

Leonie Kolste

Ik maak mij sterk voor een jeugdigen voor wie gezond opgroeien niet vanzelfsprekend is. Vanuit een systemische benadering én met een positieve houding gericht op ‘doen wat werkt’ richt ik mij op de energie van het probleem voor het creëren van nieuwe kansen. Bovendien heb ik een groot vertrouwen in de eigen kracht en kwaliteiten van ieder individu.

linkedin

Terug naar begin