Ik ben níet zijn bezoek zonder toezicht

Gast artikelen

Geschreven door Gast auteur

Leestijd: minuten

‘Zegt u het maar,’ zegt de bewaarder achter het glas.
‘Ik kom voor meneer De Bruin’.
‘En u bent?’
‘Zijn bezoek van elf uur.’
‘Eens even kijken… Maar dat is gek, meneer De Bruin heeft op dit moment al bezoek zonder toezicht.’
Ik kijk de bewaarder een paar seconden aan. ‘Ik ben níét zijn bezoek zonder toezicht. Ik ben de jeugdbeschermer van zijn zoon.’
De bewaarder, zegt na even geschrokken te zijn met inmiddels een grote grijns: ‘Het spijt me heel erg. Ik denk dat er een fout is gemaakt in de planning. Meneer De Bruin heeft zijn vriendin op bezoek op dit moment.’
‘Sinds wanneer heeft meneer De Bruin een vriendin?!’
De bewaarder begint hard te lachen: ‘Mevrouw, u moest eens weten hoeveel relaties er ontstaan tussen binnen en buiten.’
‘Heb ik dit,’ mompel ik binnensmonds en bedenk tegelijkertijd wat ik ga doen.
‘Nou, haal hem maar uit het bezoek dan. Ik kan hier niet de hele dag gaan staan wachten.’
De bewaarder pakt de telefoon, maar kan het niet laten om nog even te zeggen dat zíjn dag in ieder geval niet meer stuk kan.

Tien minuten later zitten meneer De Bruin en ik, ietwat gegeneerd, tegenover elkaar. Ik ben bij hem op bezoek om te praten over hoe we de omgangsregeling gaan vormgeven met zijn zoon Sven, nu hij voor langere tijd vastzit.

Meneer De Bruin en ik kennen elkaar al jaren en zijn contact met Sven is ingewikkeld. Meneer De Bruin komt dan vaak niet opdagen. Dus Sven is heel erg argwanend als het gaat om zijn vader; hij vertrouwt hem niet. Toen Sven hoorde dat zijn vader vastzat, gaf hij aan dat we nu in ieder geval wel altijd zeker weten waar hij is. Meneer De Bruin lacht meewarig als ik hem dat vertel.

Niet veilig genoeg

Sven is één van de liefste, leukste en ontwapenendste achtjarige jongetjes die ik ken, maar óók extreem angstig, somber en piekerig. Kortom, Sven verdient het dat we zeer zorgvuldig met hem omgaan. Penitentiaire inrichtingen hebben gelukkig veel geregeld om contact tussen ouders en kinderen vorm te geven, maar voor Sven zou dit toch niet voldoende veilig voelen. Daarom heb ik kunnen regelen dat Sven eens per zes weken samen met mij zijn vader mag ontmoeten in een aparte ruimte, zonder anderen erbij.

Omdat ik weet dat meneer De Bruin nogal een temperament heeft, bereid ik deze bezoeken nu met hem voor. Wat voor vragen kan hij verwachten van Sven en hoe kan hij daar het beste op reageren. Meneer De Bruin heeft nooit een opvoedrol vervuld in het leven van Sven en heeft dus moeite met adequaat reageren op zijn zoon. Dat hij mijn hulp daarbij vroeg, siert hem.

Voor Sven is zo’n gevangenis binnenstappen en denken dat iedere persoon die hij ziet een dief of moordenaar is, heel erg indrukwekkend. Hij heeft het zwaar. Hand in hand stappen we door de metaaldetector. Hij is trots als we plaatsnemen in de ruimte waar we zijn vader gaan zien; hij heeft het maar mooi gedaan! Een stevige omhelzing volgt tussen vader en zoon. Onwennig zitten ze tegenover elkaar. ‘Doe je wel je best op school?’ is de eerste vraag. Ai, school is nou net iets dat niet zo lekker gaat. Dat had ik meneer De Bruin toch uitgebreid verteld?

‘Ik wil niet zo worden als jij pap.’

‘Ja, ik doe mijn best, maar het is gewoon moeilijk. Soms word ik zo boos dat ik met dingen ga gooien. Maar gelukkig krijg ik hulp van juf Inge, want ik wil niet zo worden als jij pap,’ antwoordt Sven in al zijn puurheid. Meneer De Bruin kijkt met donkere ogen naar mij en ik haal terugkijkend heel diep adem in de hoop dat hij volgt. Dat doet hij. Gelukkig. ‘Nee Sven, word maar niet zoals ik,’ zegt hij zachtjes. ‘Gelukkig heb ik Mariëtte en Paul; zij zijn er altijd voor mij.’

Mariëtte en Paul zijn de pleegouders van Sven waar hij vanaf zijn derde  woont en die inderdaad door het vuur gaan voor hem. De pijnlijke blik in de ogen van meneer De Bruin verraadt dat er een steek door zijn hart gaat.

Overmand door emotie

Weer kijkt meneer De Bruin mij aan. Ik zie dat hij overmand raakt door emotie. ‘Ja, fijn is dat hé Sven?’ zeg ik. ‘En fijn ook dat papa Mariëtte en Paul zo goed kent hé?’ Het geeft meneer De Bruin een beetje tijd om zich te herpakken.

‘Ik ben ook heel blij met Mariëtte en Paul,’ zegt meneer De Bruin en ik zie dat hij het meent. Sven ziet dat ook. We zien direct een jongetje dat meer ontspant, glimlacht en zijn schouders laat zakken. ‘Maar nu ga ik jou en die Den Ouden eens klaverjassen leren, want het wordt de hoogste tijd dat jullie eens wat leren waar je echt wat aan hebt in het leven.’ Alle drie opgelucht, beginnen we te lachen.

Meneer De Bruin is mijn held

Hoe biologische ouders reageren op pleegouders is essentieel voor de ontwikkeling van een pleegkind. Hoe moeilijk het ook moet zijn voor de eigen ouders; emotionele toestemming geven aan hun kind dat het bij pleegouders mag opgroeien, geeft zo ontzettend veel rust. En die rust hebben beschadigde pleegkinderen nodig om weer ergens te mogen hechten, ergens simpelweg te mogen zijn.

Meneer De Bruin begreep dit. En was in staat om zijn eigen pijn ondergeschikt te maken in het belang van zijn zoon. En dat maakt meneer De Bruin een held, mijn held.
Dat hij dubbele afspraken maakt op moment dat ik langskom, is hem dan vergeven.

Uitgelichte afbeelding

Nicoline den Ouden

Mensen een stem geven die van nature niet de sterkste stem hebben, dat is wat mij drijft.
De laatste jaren heb ik dat gecombineerd met het zoeken naar verbetering in de jeugdzorg, vernieuwing en meer verbinding in de keten. Op dit moment ben ik als adviseur en ontwikkelaar verbonden aan het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Jeugdbescherming West

Terug naar begin