Ondernemen met hart

//
6 min leestijd

Ik kijk om me heen, kinderliedjes staan op, de deuren naar de ‘speelkamer’ zijn afgesloten. Daar is de tiener aan het gamen. Om me heen dansen kleuters.
Onze jongedame van 8 jaar is naar de scouting. De laatste tiener is naar vrienden, ze fietst net weg. Mijn man staat onze lunch te maken in de keuken, we gaan zo lekker voor de tv eten. Omdat het weekend is.

Zo op het eerste oog lijkt het een normaal, wellicht wat groot, gezin. Niets is minder waar. Want de kinderen die bij ons wonen, zijn niet onze biologische kinderen. Zo voelt het ook niet. Ze voelen wel eigen, nu we ‘al’ een jaar gezinshuisouders zijn, maar ik ben ook aan het werk.

We hebben namelijk een zorg onderneming; een instelling. We wonen in een groot huis aan de rand van het bos, flink verbouwd zodat er ruimte is voor ons en zes kinderen. Iedereen hun eigen kamer en plek. Een ‘bij elkaar geraapt zooitje’.
Ik ben nog nooit zo gelukkig en zo moe geweest.
De kinderen wonen hier allemaal met hun eigen rugzakje, hulpverleningsbehoeften en woonwensen. Met hun eigen geschiedenis die nu samenvloeit met die van ons.
Ik voer regie op hun hulpverleningsproces, we worden ondersteunt door een hele fijne gedragswetenschapper.

Soms gaan we hard onderuit, maar staan dan weer op. Het grootste cadeau wat we proberen te geven is een kans op een thuisgevoel, een plek waar zij zonder twijfel mogen zijn. Daarom werken wij niet met externe logeerweekenden voor hen, maar gaan wij één keer in de drie maanden een weekend weg. Zij blijven hier, want dit is thuis.
Die boodschap kom steeds beter binnen, maar niet zonder slag of stoot. Want; waarom zouden we jullie wél vertrouwen. We blijven staan als zij wankelen.

We hebben een goedlopende onderneming en een fijn gezin.
Zomaar samen, in één keer. Alsof je twee voor de prijs van één aanschaft. Het is een ontzettend grijs gebied tussen privé en zakelijk. Dit is het lastigste wat ik ooit heb gedaan. Ook al heb ik altijd het beste gewerkt wanneer ik mijn eigen tijd kon indelen (check!), geen 9 tot 5 mentaliteit hoefde te hebben (check) en niet vast hoefde te zitten op één kantoor (check!) is het wel even wennen. Want mijn partner is nu ook mijn business partner en mijn gezin is fiscaal opgedeeld in verschillende ‘potjes’. Toch gaan we samen naar de Efteling en laten we een scheet bij elkaar op de bank. Dat deed ik op mijn werk niet. Het is een grijs gebied.

Ik merk dat het soms als ‘vies’ word ervaren; jezelf ondernemer noemen en voor jeugdigen zorgen. Ik vraag me oprecht af waarom. Deze kinderen hebben de zorg nodig die wij bieden, wij bieden maatwerk en hebben ieder kind in het vizier. Dit gebeurt ook op woongroepen, maar dan zonder de vaste opvoeder. Waarmee werken aan hechtingsproblematiek toch echt lastiger word.

Dit aangaan met ons is de grootste uitdaging (en niet alleen voor hen). Ik vind het een mooie ontwikkeling; steeds meer en vaker zo ‘gezinsmogelijk’ opgroeien. De stap van steeds meer kinderen naar gezinshuizen, in plaats van langdurig intramuraal opgroeien met wisselende begeleiders, levert naar mijn idee kinderen op die uitgedaagd worden de hechting (opnieuw) aan te gaan. Zij worden door ons uitgedaagd een weg te vinden in hun problematiek, een modus te vinden om zelfstandig te functioneren; ondanks en met hechtingsproblematiek en trauma. Ik ben er zelfs van overtuigd dat er over tien jaar gekeken kan worden naar de invloed van ‘zo gezins-mogelijk’ ten opzichte van opgroeien in een woongroep. Ik kijk uit naar de resultaten.

Het is niet verkeerd om ondernemer te zijn in de jeugdzorg.
Je bent niet automatisch een ‘zorgcowboy’. Ik ben een ondernemer en een opvoeder, naast elkaar. Met heel mijn hart.

Het geld dat wij krijgen voor de hulpverlening die wij 24/7 bieden gaat rechtstreeks naar de jeugdigen. Zonder management laag, zonder hoge personeelskosten, zonder verdere overhead. Ik ben er trots op; ik ben ondernemer en ik voed jeugdigen op die niet meer thuis wonen. Dat gaat goed samen.

Gastartikel geschreven door Laura de Bruijn

Na acht jaar werkzaam te zijn geweest in het sociaal domein besloot ik het roer om te gooien; ik ben gezinshuisouder geworden. 24/7 opvoeden en hulp verlenen. Maatwerk ten top en met volle aandacht. Investeren in hen, is automatisch investeren in mijn eigen gezinsleven. Laura de Bruijn (33 jaar), sinds één jaar eigenaresse/gezinshuisouder bij gezinshuis 'nu ben ik hier' samen met mijn man Daniël (29 jaar).
Ondernemer en opvoeder met heel mijn hart. We wonen aan de rand van het bos in Noord- Brabant en we voeden zes kinderen op die niet meer thuis kunnen wonen.
Ik ben sociaal werker van beroep en SKJ geregistreerd jeugdwerker. Ik schrijf graag over het ondernemersschap, maar nog meer over 'onze' jeugdigen en wat we samen bereiken.

Wil je ook (gast)auteur worden? Bezoek de contactpagina.

Gast auteur

Het motto van Hart voor Jeugdzorg heeft alles te maken met verbinden en inspireren. Dit doen we door verhalen en kennis te delen. Werk je in het jeugddomein? Heb je interesse om een gastartikel te schrijven of heb je al een artikel en zou je deze graag ook op Hart voor Jeugdzorg willen zien?
Stuur ons dan een mailtje via de contact pagina.

Lees meer artikelen

Pokémon-pensioen

Door een beetje van mezelf te laten zien en te praten over Pokémon, hebben we een